Franky

56 jaar – Regio Waasland
Vrijwilliger sinds 2022

Tijdens corona stond hij aan de ingang van het vaccinatiecentrum om minder mobiele mensen binnen te helpen. Mensen van andere origine, een man vol tattoos, allemaal personen waar hij in het dagelijks leven niet mee in contact kwam. Die kleine moeite om letterlijk mensen over een drempel te helpen gaf hem daar onverwacht veel voldoening. Hij wilde dit soort ervaringen meer in zijn leven en gaf zich als vrijwilliger op bij Auxilia.  

Je bent daarna in een redelijk pittig verhaal terecht gekomen, vertel! 

Ik ben ingenieur, maar er jeukte al lang een roeping in mij om les te geven. Auxilia ‘matchte’ mij aan Mohammed van 12 jaar uit Syrië. Elke zondagvoormiddag maakten we huiswerk in de bib van Temse. Met zijn gezin (ouders en negen kinderen) was hij vier jaar in België. De vier jaren daarvoor waren ze onderweg geweest, in pogingen te ontsnappen aan oorlog en geweld, op zoek naar menselijke kansen. Vier jaar zonder onderwijs ook. 

Op een bepaald moment kregen ze het statuut van vluchteling, met als gevolg dat ze hun huis uit moesten.  Ze vonden een veel te duur en veel te krottig huis in Antwerpen, en ik ‘verhuisde’ mee. Toen ik voor de eerste keer aan huis les kwam geven, zag ik de penibele situatie waarin het gezin terecht gekomen was: er moesten nieuwe scholen gezocht worden voor alle kinderen, ze moesten geregistreerd geraken bij het ocmw en de mutualiteit, wat samenhing met het in orde brengen van hun e-ID en het installeren van Itsme, waarvoor eerst een bezoek van de wijkagent moest plaatsvinden. Er moest een nieuwe huisarts gezocht worden voor de mama, die kampte met leverproblemen. Alles hing aan elkaar en heel hun bestaande entourage was door de verhuis weggevallen. Moeilijk geformuleerde brieven van allerlei instanties maakten het niet eenvoudiger. 

Wat deed je toen besluiten om je niet tot ‘leerhulp’ te beperken? 

Beroepshalve ben ik projectmanager, dus misschien was het een beetje beroepsmisvorming. Ik heb op dat moment het heft in handen genomen en ben scholen gaan opbellen.  Dat was zelfs voor mij niet eenvoudig, maar uiteindelijk is het gelukt om voor alle kinderen een school te vinden.  Mo heeft wel lange dagen nu: hij wordt om 7u als eerste door de bus opgehaald, en als laatste om 18u afgezet.  

Met iemand van één gezin-één plan (een samenwerkingsverband van jeugdhulporganisaties en lokale besturen) maakten we samen met de mama een lijst van alles wat er moest gebeuren en verdeelden we de taken, zo kwam ook administratief alles in orde en kan ik nu weer meer focussen op de leerbegeleiding. De vader heeft intussen ook werk gevonden, de kinderen zijn ingeschreven in zomerkampen en bij een speelplein. 

Ik ga vaak mee naar school, als spreekbuis voor de kinderen. Zo kon ik voor de oudste meisjes, die net als andere kinderen aan het puberen zijn, een schoolsanctie en problemen met het kindergeld vermijden. En ik kreeg het CLB ervan overtuigd dat Mo meer in zijn mars heeft dan ze dachten en een kans in het beroepsonderwijs verdient. 

Zijn er tips die je kan geven aan nieuwe vrijwilligers? 

Dat het plezant moet blijven! Na het leeruurtje keek ik vaak samen met Mo naar De Nachtwacht op Ketnet, daar was hij zot op. Of ik verzon doe-opdrachten als de mama bvb. wasmanden nodig had. Dan maakte ik er een spel van: ga winkels zoeken waar ze wasmanden verkopen. Vergelijk het aanbod en de prijzen in verschillende winkels en kom met die notities terug.  

Wat deed deze hele ervaring met je? 

Het was ingrijpender dan ik had ingeschat, ook op emotioneel vlak. Je bent als Auxilia-vrijwilliger natuurlijk niet verplicht om zo ver te gaan, en dit was een extreme situatie, maar als ik weet dat ik met een eenvoudig telefoontje een voor hen onmogelijk probleem kan oplossen, kan ik als mens niet anders. Het lijkt me een humane reactie om dat te doen. Het grote probleem voor hen is de taalbarrière: brieven in moeilijk Nederlands, linken om via Gmail een rapport te bekijken, vragen waarop de ouders soms iets antwoorden waarvan ze zelf niet goed beseffen of ze de juiste woorden hebben gebruikt, met nog extra misverstanden tot gevolg. 

Ik zie mezelf als een brug, ik neem het voor hen op zolang ze dat zelf niet voldoende kunnen, en toon hen de weg. Zo valt stilaan alles in de plooi. En al is er nog een hele weg te gaan qua integratie, staat het gezin toch al minder onder spanning. Mama bestiert het hele huishouden, maar haar Nederlands is nog niet goed genoeg om dat kluwen van administratieve zaken goed op te volgen. Zij is nu ook gestart in lokaal vrijwilligerswerk en begint opnieuw een klein netwerkje te hebben. Ze hamert er bij haar kinderen hard op dat ze een opleiding volgen, hun best doen, en werken om iets terug te kunnen geven aan de samenleving die hen heeft opgevangen. Persoonlijk deel ik haar visie volledig. 

Ze hebben allemaal hun eigen dromen om dat waar te maken. Mo wil later bij de politie, en ik zie het hem doen: hij is nu al heel stipt, wijst er mij op als ik mijn auto verkeerd parkeer. De meisjes willen de verpleging in, en de oudste gaat overstappen van een lasseropleiding naar de kappersschool.  

En dat is waarom ik dit ook doe: door mijn levenservaring ten dienste te stellen, kan ik mensen drempels overhelpen zodat ze op hun beurt hun steentje kunnen bijdragen. Want dat is toch wat we uiteindelijk allemaal willen: iets betekenen voor elkaar en voor onze samenleving. 

Ik zie mezelf als een brug, ik neem het voor hen op zolang ze dat zelf niet voldoende kunnen, en toon hen de weg. Zo valt stilaan alles in de plooi. 

Meer verhalen

Het verhaal van Ann en Brigitta: “Brigitta ziet mij als een vertrouwenspersoon. We hebben een hele goede band.”
Lees meer
Het verhaal van Luc: “Niet iedereen heeft het thuis gemakkelijk. Ik vul aan waar ouders tekortschieten door allerlei omstandigheden.”
Lees meer

Zin om vrijwilliger te worden?

Ontdek of dit iets voor jou is.

Word vrijwilliger

Nieuwsgierig naar onze visie?

Ontdek wat ons drijft.

Over ons